Preventie

Fairs

Identiteitscontroles: wanneer gerechtvaardigd?

Uw papieren alstublieft!” Politiemensen zeggen dit zowat elke dag. Maar mogen ze zomaar alles? Mogen ze iemand willekeurig controleren? Uiteraard niet! De wetgever beschermt de rechten en vrijheden van zijn burgers. Daartoe behoren ook het recht op privacy en de bescherming van de eer en goede faam. In dit artikel gaan we in op de wettelijke bepalingen inzake de voorwaarden voor het uitvoeren van een identiteitscontrole.

Het principe: iedereen moet zijn identiteit kunnen bewijzen


Om de identiteit van iemand te kunnen vaststellen, gaat de politieman een aantal elementen na: naam, voornaam, geboorteplaats en -datum, nationaliteit en woonplaats.

Deze controle gebeurt aan de hand van een officieel document: identiteitskaart, paspoort, verblijfsvergunning, rijbewijs, jacht- of visvergunning of om het even welk vergelijkbaar document (beroepskaart, SIS-kaart, bankkaart …). De gecontroleerde persoon mag zijn identiteit op alle mogelijke manieren bewijzen. Ook de getuigenis van vertrouwenswaardige personen is hier toegelaten.

De identiteitskaart

Elke Belg ouder dan 15 jaar moet zijn identiteitskaart – of een bewijs van verlies of diefstal hiervan – altijd op zak hebben. Hij moet dit op eenvoudige vraag van de politie kunnen voorleggen.


Wanneer is een identiteitscontrole gerechtvaardigd?

Als de persoon een misdrijf heeft gepleegd

De politie moet iedereen die een misdrijf heeft gepleegd, controleren. Daarbij kan het gaan om overtredingen (tegen de wegcode bijvoorbeeld), wanbedrijven of misdaden.

Als de persoon is aangehouden

De politie moet ook iedereen die van zijn vrijheid is beroofd (door een gerechtelijke of administratieve aanhouding) identificeren.

Als de persoon “verdacht” is

De politie kan op eigen initiatief iedereen die “verdacht” lijkt, controleren. Deze controles mogen niet willekeurig of beledigend zijn. De wet vereist dat een dergelijke controle steeds gerechtvaardigd is.

De politie mag iemand controleren als ze er redelijkerwijs van uit kan gaan dat de persoon:

• gezocht wordt;

• gepoogd heeft een misdrijf te plegen of aanstalten maakte om er een te plegen;

• de openbare orde zou kunnen verstoren.

De redenen die een dergelijke controle kunnen rechtvaardigen, moeten objectief en concreet worden afgewogen in functie van:

- het gedrag van de persoon (zich verstoppen, vluchten, aandachtig een juwelierszaak observeren …);

- materiële aanwijzingen (de persoon beantwoordt aan een beschrijving, hij bestuurt een verdacht voertuig, is in het bezit van geseinde voorwerpen …);

- omstandigheden van tijd en plaats (aanwezig zijn als de winkels gesloten zijn, op de parking van een bioscoop rondhangen terwijl de film bezig is, om twee uur in de ochtend in een industriezone rondrijden …).

Als de persoon een plaats wil betreden waar de openbare orde in gevaar zou kunnen komen

Hier worden enerzijds personen bedoeld die deelnemen aan publieke bijeenkomsten die een reëel gevaar voor de openbare orde vormen. Anderzijds gaat het over personen die zich naar een plaats willen begeven waar de openbare orde in het gedrang kan komen. Concreet gaat het hier over plaatsen waar sportwedstrijden of artistieke, culturele, folkloristische of politieke … evenementen plaatsvinden.

Om de openbare veiligheid te bewaren

De autoriteiten van bestuurlijke politie mogen, binnen het raam van hun bevoegdheden en om de openbare veiligheid te handhaven en de wet op de vreemdelingen te doen naleven, aan de politiediensten identiteitscontroles opleggen en de omstandigheden bepalen waarin die controles moeten plaatsvinden.

In een volgend artikel gaan we dieper in op de manier waarop identiteitscontroles worden uitgevoerd.

Christophe Romboux
Politiecommissaris van de zone Orneau-Mehaigne